In Nederland staan alle minderjarigen volgens de
wet onder gezag; minderjarig is over het algemeen iedereen onder de 18 jaar. Meestal
hebben de ouders samen het gezag. Dit noemen we het ouderlijk gezag.
Het gezag kan ook worden uitgeoefend door een ouder een niet-ouder samen. Dit noemen we
gezamenlijk gezag. Dit gezamenlijke gezag roept voor de niet-ouder dezelfde gezagsrechten
en- plichten in het leven als voor de ouder die het gezag heeft. Als een ander dan de
ouder(s) het gezag uitoefent, noemen we dit voogdij. Een voogd en zijn of haar partner
kunnen gezamenlijk de voogdij uitoefenen. Gezamenlijke voogdij roept vrijwel dezelfde
rechten en plichten in het leven als gezamenlijk gezag. Tot 1 januari 2002 hadden alleen
gehuwde ouders automatisch samen het ouderlijk gezag over de kinderen die tijdens het
huwelijk geboren waren. Voor andere samenlevingsvormen gold dit niet. Daar was altijd een
procedure voor nodig. Op 1 januari 2002 is dit voor een aantal gevallen veranderd. Ook
ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, verkrijgen sindsdien automatisch
samen het ouderlijk gezag over de kinderen die vanaf deze datum geboren worden. Voorwaarde
is wel dat de mannelijke partner het kind heeft erkend. Ook gehuwde of geregistreerde
vrouwen paren hebben automatisch het gezamenlijk gezag over kinderen die geboren zijn
tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Voorwaarde hiervoor is wel dat er geen
andere ouder is.
U kunt ook per email aan vraag stellen door hier te
klikken. U ontvangt binnen enkele werkdagen een degelijk antwoord van een advocaat.
Deze brochure
Aan het begin van deze brochure worden enkele begrippen
toegelicht: gezag, ouders en niet-ouders en de verschillende vormen van gezag. Daarna
worden de verschillende vormen van gezag behandeld: ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag en
(gezamenlijke) voogdij.
Bij elke vorm van gezag komen de volgende vragen aan bod: wat houdt het gezag in, wat zijn
de voorwaarden om gezag uit te oefenen, wanneer en op welke manier kan er een einde komen
aan het gezag, wat gebeurt er bij overlijden?
Aan het eind van de brochure vindt u informatie over enkele algemene onderwerpen, zoals de
omgangsregeling, procedures en rechtsbijstand, en belangrijke adressen.
Welke rechter?
In deze brochure staat meestal vermeld of uw verzoek,
bijvoorbeeld om het gezag, de voogdij of een omgangsregeling, behandeld wordt door de
kantonrechter of door een andere rechter. Elke rechtbank heeft verschillende onderdelen
(sectoren), waaronder een sector kanton. De rechters die werkzaam zijn bij de sector
kanton van de rechtbank zijn de kantonrechters. De rechters die werkzaam zijn bij de
andere sectoren van de rechtbank worden in deze brochure aangeduid met rechter. Een
bepaalde rechtbank heeft meerdere locaties, waar dan doorgaans de kantonrechters zitting
hebben. Een belangrijk verschil is dat u bij de rechtbank (rechter) altijd een advocaat
nodig hebt, u mag daar niet zelf procederen. Bij de sector kanton van de rechtbank
(kantonrechter) bent u niet verplicht een advocaat in te schakelen. Het mag natuurlijk
wel.
Wat is gezag?
Wie gezag uitoefent over een minderjarige heeft een aantal
rechten en plichten. Zo is iemand die gezag heeft verantwoordelijk voor de verzorging en
opvoeding van het kind. Ook is hij de wettelijke vertegenwoordiger. Minderjarige kinderen
mogen in veel gevallen niet zelfstandig officiële handelingen verrichten. Degene die het
gezag uitoefent doet dit dan voor of namens het kind; denk aan het zetten van een
handtekening. De wettelijk vertegenwoordiger is in veel gevallen ook wettelijk
aansprakelijk voor het doen en laten van het kind.
Tenslotte beheert degene die het gezag uitoefent het vermogen
van het kind (als dat er is). Voor de rechten en plichten die hier zijn genoemd is er
weinig verschil tussen ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag en gezamenlijke voogdij.
Iedereen die 18 jaar of ouder is en niet onder curatele staat
of aan een geestelijke stoornis lijdt kan in principe gezag uitoefenen. Gezag en voogdij
eindigen automatisch als het kind 18 jaar wordt; ook als het kind voor het bereiken van
die leeftijd trouwt, eindigt het gezag of de voogdij. Ouders - of zij nu gezag uitoefenen
of niet - blijven onderhoudsplichtig totdat het kind 21 jaar wordt.
Vormen van gezag
Gezag kan worden uitgeoefend door ouders en niet-ouders. We
maken onderscheid tussen ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag, voogdij en gezamenlijke
voogdij.
We kennen nu dus:
Ouderlijk gezag
Gezag dat wordt uitgeoefend door twee ouders of door één
ouder.
Gezamenlijk gezag
Gezag dat wordt uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder
samen. Dit kan bijvoorbeeld de vriend of vriendin van de ouder zijn die het kind samen met
de ouder verzorgt en opvoedt.
Voogdij
Gezag dat wordt uitgeoefend door één voogd. Deze voogd is
altijd een niet-ouder. De voogdij kan ook berusten bij een voogdij-instelling.
Gezamenlijke voogdij
Gezag dat wordt uitgeoefend door de voogd en zijn of haar
partner. Het gaat hier om twee niet-ouders.
Ouders, niet-ouders
Met ouders bedoelen we in deze brochure de moeder en de vader
volgens de wet. In het dagelijks spraakgebruik bedoelen we met ouders meestal de
biologische moeder en vader; dat zijn niet altijd de ouders in de zin van de wet.
De moeder van het kind is de vrouw:
De vader van het kind is in ieder geval:
- de echtgenoot van de moeder, als de moeder wanneer het
kind wordt geboren, getrouwd is;
- de man die het kind heeft erkend of geadopteerd.
- de man wiens vaderschap door de rechter is vastgesteld.
De ouders van het kind zijn de moeder en de vader zoals
hierboven omschreven. De niet-ouders zijn in deze brochure de partner van een van de
ouders of de voogd(en).
Ouderlijk gezag
Ouders die gezag uitoefenen zijn verplicht het kind te
verzorgen en op te voeden. Zij zijn onderhoudsplichtig totdat het kind 2ljaar wordt, zijn
wettelijk vertegenwoordiger van het kind en beheren het vermogen van het kind (als dat er
is).
In dit hoofdstuk vindt u informatie over ouderlijk gezag door
gehuwde ouders, ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, ongehuwde ouders
en gezag door één ouder. Ook de positie van de minderjarige moeder komt aan bod.
Gezag door twee ouders
Gezag door gehuwde ouders, ouders binnen geregistreerd
partnerschap en gescheiden ouders
De ouders die getrouwd zijn, hebben gezamenlijk het gezag
over het kind. Op 1 januari 2002 is een wetwijziging van kracht geworden, waardoor ook
ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, automatisch vanaf de geboorte
gezag over hun kinderen uitoefenen. Voorwaarde is wel dat de mannelijke partner het kind
heeft erkend. Pas dan is hij in juridische zin ouder van het kind. Ook na een scheiding
blijven de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen. Willen zij dit niet dan moeten zij de
rechter (bij de rechtbank) vragen het gezag aan één van hen beiden toe te wijzen.
Het verzoek kan worden gedaan door beide ouders of door één
van hen. Als zij dit niet doen verandert er niets en houden zij dus samen het gezag. Dit
betekent niet dat zij daadwerkelijk samen voor het kind moeten blijven zorgen. Vaak zal
één van de ouders dit doen. Wel moeten zij dan belangrijke beslissingen over het kind
samen nemen.
Een ouder krijgt het gezag
Als zon verzoek om het gezag aan één van de ouders
toe te wijzen wordt gedaan, bepaalt de rechter welke ouder voortaan het gezag uitoefent.
Zijn er meer kinderen, dan wordt dit voor ieder kind afzonderlijk bepaald. Hoe de
beslissing van de rechter uitvalt, hangt vanzelfsprekend af van de situatie. Slechts als
de rechter van oordeel is dat het in het belang van het kind is, zal hij het verzoek
toewijzen. Als de ouders of een van hen het niet eens zijn met de beslissing van de
rechter kunnen zij in hoger beroep gaan. Hiervoor hebben zij altijd een advocaat nodig.
Belang van het kind
In alle gevallen gaat de rechter bij zijn beslissing uit van
het belang van het kind. Als het kind 12 jaar of ouder is, zal de rechter het kind altijd
horen en om zijn mening vragen.
Alimentatie
Als de ouders na de scheiding samen het gezag blijven
uitoefenen, is het de bedoeling dat zij samen afspraken maken over de financiën. Zij
kunnen de rechter vragen deze afspraken vast te leggen. Komen ze er niet uit, dan kan de
rechter een bijdrage vaststellen. Krijgt een van de ouders het gezag dan gaat de rechter
op verzoek na hoeveel de andere ouder moet bijdragen in de kosten voor de kinderen. De
ouders moeten zelfde betaling regelen.
Meer informatie over dit onderwerp vindt u in de folders
Alimentatie en Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
Wijziging van het gezag
De rechter beslist over het gezag en gaat daarbij uit van de
situatie zoals die is op het moment van de beslissing. Die situatie kan in de loop van de
tijd natuurlijk veranderen. Als een ouder vindt dat dit het geval is, kan deze de rechter
vragen het gezag te wijzigen. De ouders kunnen ook samen om een wijziging vragen.
Zon verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank; men heeft hiervoor een advocaat
nodig.
Gezag door ongehuwde ouders
Een ongehuwde meerderjarige moeder krijgt automatisch het
gezag over haar kind. Zij heeft dit direct vanaf de geboorte van het kind. De moeder moet
wel bevoegd zijn tot gezag. Als zij bijvoorbeeld onder curatele staat is zij niet bevoegd
tot gezag. Ook als de ouders niet met elkaar zijn getrouwd of een geregistreerd
partnerschap zijn aangegaan, kunnen zij samen het gezag uitoefenen. Als de niet-getrouwde
ouders dit willen, moeten zij hiervoor een verzoek indienen bij de griffie van de
rechtbank. Als de griffier het verzoek goedkeurt, maakt hij een aantekening in het
gezagsregister. Elke locatie van de rechtbank heeft zon gezagsregister.
Welke rechtbank?
Het verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank van de
plaats waar het kind is geboren. Is het kind bijvoorbeeld in Assen geboren, dan moet het
verzoek bij de rechtbank in Assen ingediend worden. Achterin de brochure vindt u de
plaatsen waarde rechtbank gevestigd is. Is het kind niet in Nederland geboren of is de
geboorteplaats van het kind onbekend, dan moeten de ouders hun verzoek indienen bij de
griffie van de rechtbank in Amsterdam.
Hoe ziet zo n verzoek eruit?
De ongehuwde ouders kunnen bij de griffie van elke rechtbank
een formulier tot het uitoefenen van gezamenlijk gezag halen. Dit leveren zij
ingevuld weer in bij de juiste rechtbank, samen met een aantal bewijsstukken
(bijvoorbeeld om de meerderjarigheid aan te tonen). De griffier kijkt of aan alle
voorwaarden is voldaan.
Voorwaarden
Het verzoek moet door beide ouders gezamenlijk worden
gedaan (beide ouders moeten het formulier ondertekenen);
De ouders zijn meerderjarig. Soms kan de moeder als zij
ouder is dan 16 jaar, maar jonger dan 18 jaar meerderjarig worden verklaard;
De vader heeft het kind erkend;
De ouders zijn niet met elkaar getrouwd en zijn ook nooit
met elkaar getrouwd geweest;
Beide ouders zijn bevoegd tot het uitoefenen van gezag;
Een van de ouders moet op het moment dat het verzoek wordt
gedaan alleen het gezag al hebben;
Geen van de ouders is ontheven of ontzet uit het gezag;
De ouders hebben niet al eerder een aantekening voor
hetzelfde kind laten maken in het gezagsregister.
Is aan alle voorwaarden voldaan dan maakt de griffier een
aantekening in het gezagsregister. In dit register wordt bijgehouden wie het gezag over
een kind heeft. Vanaf het moment van de aantekening in het gezagsregister zijn beide
ouders gezamenlijk verantwoordelijk voor het kind.
Welke papieren moet u meenemen?
Samen met het formulier moet u de volgende stukken inleveren:
een afschrift van de geboorteakte van het kind (zo kan de
griffier zien waar het kind is geboren en wie de vader en moeder zijn);
een geldig identiteitsbewijs van de ouders;
een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie van
de ouders (dit zijn gegevens over adres en woonplaats);
een verklaring dat geen van de ouders voorkomt in het
curatele register (deze verklaring kunt u schriftelijk aanvragen bij het Centraal Curatele
Register in Den Haag, adres achterin de brochure). U dient daaraan een brief te sturen met
daarin opgenomen uw persoonlijke gegevens (naam, adres, geboortedatum). U krijgt in de
regel binnen twee weken uw eigen brief retour met daarop een stempel "onbekend in het
curatele register". Dit is kosteloos.
De griffier weigert de aantekening
Als de griffier vindt dat aan een of meer voorwaarden niet is
voldaan, maakt hij de aantekening niet. Er is één geval waarin de ouders hiertegen in
beroep kunnen gaan bij de kantonrechter: als de griffier geen aantekening maakt omdat hij
meent dat een of beide ouders lijden aan een geestelijke stoornis. De kantonrechter
beslist dan of de aantekening alsnog moet plaatsvinden of niet.
Gezag door één ouder
In de volgende gevallen wordt het gezag uitgeoefend door
één ouder:
De meerderjarige moeder heeft alleen het gezag over haar
kind. De vader heeft het kind wel erkend, maar de ouders hebben geen aantekening laten
maken voor het uitoefenen van gezamenlijk gezag. Het is ook mogelijk dat er geen vader
(bekend) is in de zin van de wet.
De vader of moeder oefent alleen het gezag uit. Dit kan het geval zijn na een scheiding of
omdat de andere ouder onbevoegd is tot gezag, niet in staat is tot gezag, onder curatele
staat of overleden is.
Minderjarige moeder
Als de moeder nog minderjarig is - jonger dus dan 18 jaar -
kan zij in principe geen gezag uitoefenen over haar kind. Er wordt een uitzondering
gemaakt voor moeders die ten minste 16 jaar zijn. Deze moeder kan de kinderrechter vragen
om haar meerderjarig te verklaren. Als de kinderrechter dit doet, kan zij het gezag over
haar kind krijgen. Is de moeder jonger dan 16 jaar dan moet er een voogd worden benoemd.
De moeder moet dan wachten tot zij 16 jaar wordt. Dan kan de rechter beslissen dat zij het
gezag krijgt.
Als één of beide ouders overlijden?
De ouders hebben samen het gezag
Als een van de ouders overlijdt krijgt de andere ouder van
rechtswege, dat wil zeggen automatisch, het gezag. Als beide ouders overlijden, dan
bepaalt de kantonrechter wie voogd wordt. Als de ouders in hun testament een voogd hebben
benoemd, dan wordt aan deze persoon gevraagd of hij of zij voogd wil worden. Het is sinds
1 januari 1998 ook mogelijk om bij testament twee personen te benoemen tot de gezamenlijke
voogden. Als beide ouders in hun testament verschillende personen aanwijzen als voogd(en),
beslist de kantonrechter; hij kan de raad voor de kinderbescherming om advies vragen.
Eén ouder heeft het gezag
Als de ouder die alleen het gezag uitoefent overlijdt,
bepaalt de rechter wie voortaan het gezag krijgt: de andere ouder of iemand anders. De
andere ouder heeft een voorkeurspositie. De rechter mag het verzoek van deze ouder om
voortaan het gezag uit te oefenen alleen afwijzen, als de belangen van het kind gevaar
kunnen lopen.
En wat als de overleden ouder bij testament een of twee
gezamenlijke voogden heeft benoemd, die bereid zijn de voogdij op zich te nemen?
Dan kan de andere ouder nog steeds een verzoek indienen om
het gezag te krijgen. Als hij of zij dit doet binnen één jaar na het begin van de
voogdij dan blijft de voorkeurspositie voor die ouder bestaan.
Ook na de termijn van een jaar kan de andere ouder een
verzoek indienen bij de rechter om het gezag te krijgen. Maar deze heeft nu geen
voorkeurspositie meer. Hij of zij krijgt het gezag alleen als na de benoeming van de voogd
de situatie is veranderd of als bij de benoeming van de voogd is uitgegaan van onjuiste of
onvolledige gegevens.
Is er geen andere ouder, dan bepaalt de kantonrechter wie de
voogdij krijgt. Als er bij testament één of twee gezamenlijke voogden zijn benoemd
vraagt de kantonrechter of zij de voogdij op zich willen nemen.
Welke rechter kan beslissen?
In principe beslist de kantonrechter. In twee gevallen
beslist een rechter uit een andere sector van de rechtbank:
Gezamenlijk gezag
Een ouder kan samen met een niet-ouder het gezamenlijk gezag
over kinderen uitoefenen. Dit noemen we het gezamenlijk gezag.
Gezamenlijk gezag van rechtswege
Op 1 januari 2002 is een wetwijziging van kracht geworden,
waardoor in bepaalde gevallen de ouder en zijn of haar partner (die zelf niet de ouder van
het kind is), automatisch het gezag over een kind uitoefenen. Dus zonder dat daarvoor een
beslissing van de rechter nodig is. We noemen dit gezamenlijk gezag van rechtswege.
Voorwaarden voor gezamenlijk gezag van rechtswege
Een ouder en een niet-ouder oefenen automatisch het gezag uit
over een kind, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
Het gaat hierbij vooral om de volgende situaties:
De moeder is gehuwd met een vrouw. Tijdens het huwelijk
wordt een kind geboren, dat volgens de wet geen vader heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval
wanneer de moeder het kind krijgt door een anonieme donorinseminatie.
De moeder is een geregistreerd partnerschap aangegaan met
en vrouw. Tijdens het geregistreerd partnerschap wordt een kind geboren, dat volgens de
wet geen vader heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de moeder het kind krijgt door
een anonieme donorinseminatie. Voor de gevallen waarbij een derde partij (ouder) betrokken
is, is altijd een beslissing van de rechter over het gezamenlijk gezag nodig
Gezamenlijk gezag door de rechter toegekend
Wil één van de ouders van het kind samen met zijn of haar
partner, die niet zelfde ouder is, het gezamenlijk gezag uitoefenen, dan kunnen zij samen
de rechter verzoeken om hen het gezamenlijk gezag toe te kennen. Dit is een procedure bij
de rechter. Hiervoor hebben zij altijd een advocaat nodig. Dit noemen we gezamenlijk gezag
door de rechter toegekend.
Als we spreken over de ouder en zijn of haar partner kan het
gaan om de moeder en haar vriend, de moeder en haar vriendin, de vader en zijn vriendin of
de vader en zijn vriend. In de praktijk zal gezamenlijk gezag, toegekend door de rechter,
bijvoorbeeld voorkomen in de volgende situaties:
De moeder of vader heeft na een scheiding of het overlijden
van de andere ouder alleen het gezag. Zij of hij vraagt samen met de nieuwe partner om het
gezamenlijk gezag;
De moeder of vader uit de situatie hiervoor trouwt met de
nieuwe partner. Zij vragen de rechter om hen gezamenlijk gezag toe te wijzen;
Voorwaarden voor gezamenlijk gezag door de rechter toegekend
Als een ouder en een niet-ouder gezamenlijk gezag willen
verkrijgen, gelden de volgende voorwaarden:
De ouder oefent alleen het gezag uit op het moment dat het
verzoek wordt gedaan;
De partner staat in een nauwe persoonlijke betrekking tot
het kind en/of de partners staan in een nauwe persoonlijke betrekking tot elkaar. Het komt
erop neer dat het kind kan opgroeien in een veilige en vertrouwde omgeving. In de wet is
hierover verder niets vastgelegd, de rechter beoordeelt of aan deze voorwaarde is voldaan;
Het belang van het kind mag niet in gevaar komen. Dit
betekent in de eerste plaats dat de ontwikkeling van het kind niet mag worden geschaad.
Maar het betekent ook dat de relatie tussen het kind en de andere ouder - als die er is -
niet in gevaar komt. Kinderen van 12 jaar en ouder worden door de rechter altijd gehoord;
Als er nog een andere ouder is gelden bovendien twee andere
voorwaarden:
De ouder en de partner hebben voorafgaand aan hun verzoek
ten minste 1 jaar samen voor het kind gezorgd;
De ouder heeft voorafgaand aan het verzoek ten minste 3
jaar alleen het gezag uitgeoefend.
Rechten en plichten
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat een ouder die
gezag uitoefent
verplicht is het kind te verzorgen en op te voeden;
onderhoudsplichtig is totdat het kind 18 dan wel 21 jaar
wordt;
het kind wettelijk vertegenwoordigt;
het vermogen van het kind beheert (als dat er is).
In de wet staat dat gezamenlijk gezag wordt aangemerkt
als ouderlijk gezag dat door ouders gezamenlijk wordt uitgeoefend. Dit betekent
onder meer dat gezamenlijk gezag gelijkwaardig is aan ouderlijk gezag. Het betekent ook
dat het gezag van de niet-ouder voor de wet even zwaar weegt als het gezag van de ouder.
De niet-ouder die samen met de ouder het gezag uitoefent
heeft dezelfde gezagsrechten en
-plichten als de ouder die gezag uitoefent.
Als het gezamenlijk gezag is beëindigd, is er voor de onderhoudsplicht wel een verschil
tussen de ouder en de niet-ouder (zie hierna bij Onderhoudsplicht niet-ouder,
bladzijde 13).
De ouder en de partner kunnen de rechter ook vragen om de
achternaam van het kind te wijzigen zodat het kind de achternaam van de ouder of van de
partner krijgt. Bij de beslissing over dit verzoek staat het belang van het kind voorop.
Kinderen van 12 jaar en ouder moeten instemmen met dit verzoek tot naamswijziging.
Meer informatie over naamswijziging vindt u in de brochure
Naamswijziging.
Einde gezamenlijk gezag
Het gezamenlijk gezag eindigt op verzoek van de ouder of van
de partner. Zij moeten hiervoor beiden of ieder afzonderlijk een verzoek indienen bij de
rechtbank. Zowel de ouder als de partner kunnen de rechter vragen hem of haar voortaan met
het gezag te belasten.
Behalve de ouder en de partner is er vaak nog een betrokken
partij. Dat is de andere ouder, de ouder die het gezag dus niet (meer) heeft. Voordat de
rechter een beslissing neemt kan ook deze andere ouder om het gezag vragen.
De ouders kunnen het verzoek om gezamenlijk gezag ook samen
doen. Ook nu is voor de rechter het belang van het kind het uitgangspunt. Als de rechter
het gezag toekent aan de partner is deze vanaf dat moment de voogd. Op verzoek van een of
beide ouders kan de rechter later altijd het gezag weer wijzigen.
Onderhoudsplicht niet-ouder blijft bestaan
Nadat het gezamenlijk gezag is beëindigd, blijft de
niet-ouder onderhoudsplichtig. Hij houdt deze onderhoudsplicht zolang als het gezamenlijk
gezag heeft geduurd. Stel, het gezamenlijk gezag van de ouder en de niet-ouder wordt na 5
jaar beëindigd. De niet-ouder is daarna nog 5 jaar verplicht het kind te onderhouden. In
uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen. De onderhoudsplicht
duurt uiterlijk totdat het kind 21 jaar wordt.
Gezamenlijk gezag en overlijden
Het gezamenlijk gezag komt ook ten einde als de ouder en/of
de partner overlijdt. Als de ouder overlijdt, krijgt de partner de voogdij. Als er een
andere ouder is (die heeft dan geen gezag), kan deze bij de rechtbank een verzoek indienen
om hem of haar het gezag toe te kennen; als de rechtbank dit verzoek inwilligt, eindigt de
voogdij van de partner. Als de
partner overlijdt, krijgt de ouder alleen het gezag. Als er
een andere ouder is kunnen zij op verzoek en na een beslissing van de rechter weer samen
het gezag uitoefenen. Ook kan de andere ouder bij de rechter een verzoek indienen het
gezag alleen op zich te nemen.
Voogdij
Gezag over minderjarige kinderen dat enkel en alleen door
niet-ouders wordt uitgeoefend, noemen we voogdij. Iedereen die 18 jaar of ouder is en niet
onder curatele staat of aan een geestelijke stoornis lijdt, kan voogd worden. Ook een
voogdij-instelling kan door de rechter tot voogd worden benoemd. Voogdij kan worden
uitgeoefend door één voogd of door twee voogden samen (gezamenlijke voogdij).
Eén voogd
Wanneer is er voogdij en hoe wordt iemand voogd?
Er wordt een voogd benoemd als de ouders:
Ouders kunnen in hun testament of in een notariële akte
één persoon als voogd of twee personen als gezamenlijke voogden aanwijzen. Een voogd
moet wel bereid zijn het gezag op zich te nemen. Iemand kan nooit tegen zijn wil voogd
worden. De bereidverklaring moet de voogd afleggen bij de griffie van de rechtbank (sector
kanton). Hij of zij moet daarvoor zelf naar de griffie gaan.
Wat zijn de rechten en plichten van een voogd?
Een voogd is verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding
van het kind. Hij of zij hoeft dit niet zelf te doen; het kind kan bijvoorbeeld ineen
gezinsvervangend tehuis of in een pleeggezin verblijven. Ook hoeft de voogd niet zelf het
levensonderhoud van het kind te betalen. De voogd is wettelijk vertegenwoordiger van het
kind en beheert het vermogen van het kind.
Einde voogdij
Voogdij eindigt als het kind 18 jaar wordt of eerder trouwt.
De voogdij kan ook stoppen omdat een of beide ouders het gezag weer terugkrijgen.
Wat gebeurt er als de voogd overlijdt?
Als de voogd overlijdt zal de rechter opnieuw een voogd
benoemen.
Wanneer kan een voogd van zijn taak worden ontslagen?
Een voogd kan net als een ouder uit het gezag worden ontzet.
Daarnaast kan de voogd door de kantonrechter worden ontheven van zijn functie als voogd
als:
de voogd aantoont dat hij of zij door een lichamelijk of
geestelijk gebrek niet meer in staat is de voogdij uit te oefenen en de rechter verzoekt
om van zijn taak ontheven te worden;
de voogd 65 jaar of ouder is en de rechter verzoekt om van
zijn taak ontheven te worden;
iemand die tot gezag bevoegd is zich schriftelijk bereid
heeft verklaard om de voogdij over te nemen en de kantonrechter dit in het belang van het
kind ook wenselijk vindt.
Twee voogden: gezamenlijke voogdij
De voogd en zijn of haar partner kunnen samen aan de rechter
vragen hen gezamenlijk met de voogdij te belasten. Zowel partners van gelijk als van
verschillend geslacht kunnen dit verzoek doen. Zij zijn dan beiden voogd van het kind. We
noemen dit gezamenlijke voogdij.
Voorwaarden
Net als bij gezamenlijk gezag gelden er voorwaarden:
De partner staat in een nauwe persoonlijke betrekking tot
het kind. Belangrijk is dat het kind kan opgroeien in een veilige en vertrouwde omgeving
bij beide voogden. In de wet is hierover verder niets vastgelegd, de rechter beoordeelt of
aan deze voorwaarde is voldaan.
Het belang van het kind mag niet in gevaar komen. Kinderen
van 12 jaar en ouder worden door de rechter altijd gehoord.
Rechten en plichten
Eén voogd hoeft het kind niet zelf te verzorgen en op te
voeden; hij of zij hoeft zelf ook niet het levensonderhoud van het kind te bekostigen.
Gezamenlijke voogden hebben wél de plicht zelf het kind te verzorgen en op te voeden.
Zolang de gezamenlijke voogdij duurt zijn zij ook zelf onderhoudsplichtig. De gezamenlijke
voogden zijn beiden wettelijk vertegenwoordiger en beheren beiden het vermogen van het
kind.
De voogden kunnen de rechter ook vragen om de achternaam van
het kind te wijzigen zodat het kind de achternaam van een van hen krijgt. Ook bij dit
verzoek staat het belang van het kind voorop. Kinderen van 12 jaar en ouder moeten
instemmen met dit verzoek tot naamswijziging. Het verzoek om naamswijziging moet tegelijk
met het verzoek om gezamenlijke voogdij worden gedaan.
Einde gezamenlijke voogdij
De gezamenlijke voogdij eindigt op verzoek van een of beide
voogden. Zij kunnen samen of afzonderlijk vragen de voogdij aan een van hen toe te kennen.
De rechter bepaalt wie voortaan voogdij heeft.
Wordt één van de twee voogden onbevoegd verklaard of is deze niet in staat de voogdij
uit te oefenen, dan oefent de ander de voogdij uit zolang als deze situatie blijft
bestaan.
Gezamenlijke voogdij en overlijden
Als een van de voogden overlijdt en er zijn geen ouders, dan
krijgt de andere voogd automatisch alleen de voogdij. Als beide voogden overlijden benoemt
de rechter een nieuwe voogd.
Heeft het kind ouders, dan worden deze ouders door de rechter gehoord voordat hij of zij
een beslissing neemt.
De ouder
die het gezag niet (meer) heeft
De ouder die geen gezag uitoefent, heeft:
Een beslissing over het gezag kan ingrijpende gevolgen
hebben. De rechter zal bij het nemen van die beslissing uiterst zorgvuldig te werk gaan.
Zo kan de ouder die het gezag niet (meer) heeft steeds aan de rechter vragen hem of haar
het gezag weer toe te wijzen als er iets verandert in de situatie met betrekking tot het
gezag. Zoals gezegd heeft de ouder die geen gezag uitoefent daarnaast recht op omgang,
informatie en consultatie.
Omgang en informatie
Het recht op omgang
Kinderen en ouders hebben recht op omgang met elkaar, dat
staat zo in de wet. Bij een scheiding is dit soms een moeilijk punt. Het beste is
natuurlijk als ouders samen met de kinderen afspraken maken over de omgangsregeling.
Verzoek aan de rechter
Tijdens de scheidingsprocedure kunnen de ouders de rechter
vragen een omgangsregeling vast te stellen. Zij kunnen dit gezamenlijk of afzonderlijk
doen. Ook als de ouders nooit met elkaar getrouwd zijn geweest kan de ouder die niet het
gezag over het kind heeft aan de rechter om een omgangsregeling vragen.
Ontzegging van het recht op omgang
Een ouder kan de rechter vragen de andere ouder het recht op
omgang te ontzeggen. De rechter doet dit alleen als:
de omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of
lichamelijke ontwikkeling van het kind;
als de ouder ongeschikt is of niet in staat tot omgang met
het kind;
als het kind 12 jaar of ouder is en zelf ernstig bezwaar
heeft tegen de omgang met de ouder;
als de omgang om andere redenen in strijd is met
zwaarwegende belangen van het kind.
Ook anderen dan de ouders kunnen een omgangsregeling krijgen
Mensen die een sterke band hebben met het kind kunnen ook aan
de rechter vragen een omgangsregeling met hen vast te stellen. Dat geldt dus ook voor de
(ex-)partner van de ouder die samen met de ouder het gezamenlijk gezag uitoefende of voor
de ex-voogd. U kunt hier verder denken aan pleegouders, stiefouders, grootouders of de
biologische vader (de verwekker) van het kind.
Niet naleven van de omgangsregeling
Als een omgangsregeling is vastgesteld moet die ook worden
nagekomen. Als de ouders hierbij problemen ondervinden kunnen ze het beste contact opnemen
met een hulpverlenende instelling. Die kan dan bekijken wat er moet worden gedaan. Het
uiterste middel is een kort geding tegen de weigeraar. Dit moet bij de president van de
rechtbank. Voor het voeren van een kort geding heeft men een advocaat nodig.
Informatie en consultatie
De ouder die het gezag heeft over het kind moet de andere
ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben.
Belangrijk zijn bijvoorbeeld gezondheid
en school. Bovendien moet de ouder die het gezag heeft de
andere ouder raadplegen bij belangrijke beslissingen die het kind aangaan. De ouder die
het gezag heeft, is uiteindelijke wel degene die beslist.
De rechter kan op verzoek van een ouder een informatie- en
consultatie-regeling vaststellen. In zon regeling wordt vastgelegd hoe vaak bepaalde
informatie wordt gegeven en op welke manier.
Ontzeggen van het recht op informatie en consultatie
In het belang van het kind kan de rechter beslissen dat de
ouder die het gezag heeft de andere ouder niet (meer) hoeft te informeren of om raad hoeft
te vragen. De ouder die het gezag heeft kan hierom vragen, de rechter kan het ook uit
eigen beweging beslissen.
Informatieverstrekking door derden
Er zijn mensen die door hun beroep beschikken over
belangrijke informatie over het kind. Denk aan leraren. Ook zij zijn verplicht die
informatie te geven aan de ouder die het gezag niet heeft als deze daarom vraagt. Het moet
om een concrete vraag over het kind gaan.
Een ouder die het gezag niet heeft kan bijvoorbeeld een
school om informatie vragen over de schoolprestaties van het kind. Het kan dan redelijk
zijn dat de school deze ouder ook uitnodigt voor een ouderavond.
Er zijn uitzonderingen op deze plicht van
informatieverstrekking. Zo hoeft iemand geen informatie te geven als:
hij in verband met een beroepsgeheim de informatie ook niet
aan de andere ouder zou geven;
het geven van de informatie in strijd is met de belangen
van het kind. Dat laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn als tussen de ouder en het kind
geen omgang bestaat omdat een omgangsregeling is afgewezen. Toch probeert de ouder in dit
voorbeeld het kind twee keer per week te ontmoeten bij school. De klassenleraar zou in dit
geval de informatie dat het kind naar een andere school gaat, in het belang van het kind
kunnen weigeren te geven.
Als een derde de informatie niet wil geven, kan de ouder de
rechter vragen om te bepalen dat de informatie alsnog wordt gegeven. De rechter zal dit
verzoek afwijzen als het verschaffen van de informatie in strijd is met de belangen van
het kind. Verder beschikken scholen in de regel over een klachtenregeling. Bij de
klachtencommissie van de school kan de weigering om informatie te verstrekken dan worden
aangekaart.
Welke rechter stelt de regeling voor omgang en/of informatie
en consultatie vast?
In het algemeen gaat dit via de rechter. Een uitzondering
geldt voor ouders die niet met elkaar getrouwd zijn en nooit met elkaar getrouwd zijn
geweest. Zij moeten voor het regelen van eenhoofdig gezag over het kind naar de
kantonrechter. In dat geval is het ook de kantonrechter die een verzoek om een regeling
voor omgang en/of informatie behandelt.
Wijzigen van een regeling voor omgang en/of informatie en
consultatie
De (kanton) rechter kan een vastgestelde regeling wijzigen.
Dit geldt zowel voor een regeling die de ouders in onderling overleg zijn overeengekomen
als voor een regeling die eerder tussen de ouders is vastgesteld. De ouders of een van hen
kunnen een verzoek indienen. De (kanton) rechter zal de vastgestelde regeling alleen
wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als bij het vaststellen van de regeling
is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.
Welke rechter beslist over de wijziging?
Als de te wijzigen beslissing door de kantonrechter is
gegeven, moet het verzoek aan de kantonrechter worden gericht. In alle andere gevallen
moet men naar de rechter.
Een kind kan ook zelf naar de rechter stappen
Kinderen van 12 jaar en ouder kunnende rechter ook zelf
benaderen. Zij kunnen een brief schrijven of opbellen. Kinderen die jonger zijn dan 12
jaar kunnen dat ook doen. De rechter bekijkt dan of het kind zijn of haar belangen
redelijk kan inschatten. Kinderen kunnen de rechter bijvoorbeeld vragen een
omgangsregeling vast te stellen of te wijzigen. De rechter maakt uit of het nodig is een
procedure te starten. Dat hoeft niet altijd. Soms kan de kwestie op een andere manier
worden opgelost.
Procedures en
rechtsbijstand
Verzoekschrift
De procedures die in deze brochure zijn beschreven, beginnen
altijd met een verzoekschrift. Dit geldt zowel voor de procedure bij de rechter als bij de
kantonrechter. In het verzoekschrift moeten de naam, voornamen en woonplaats of werkelijke
verblijfplaats van de ouders en de kinderen worden vermeld. Verder staat in een
verzoekschrift wat er precies wordt gevraagd en uw argumenten daarvoor.
Welke locatie van de rechtbank?
Nederland heeft 19 rechtbanken. Een rechtbank heeft meerdere
locaties, waar dan doorgaans de kantonrechters zitting hebben. Weet u niet zeker bij welke
locatie van de rechtbank u moet zijn, bel dan de griffie van een rechtbank bij u in de
buurt. Zij kunnen u dan verder helpen. Achterin deze brochure staan de locaties vermeld.
In het telefoonboek vindt u de adressen en telefoonnummers onder "Justitie".
Hoger beroep
Als u het niet eens bent met de beschikking van de rechter
kunt u hoger beroep instellen. Uw zaak wordt dan nog eens helemaal bekeken. Voor het
instellen van hoger beroep hebt u een advocaat nodig. Als u hoger beroep wilt instellen,
moet u dat in het algemeen binnen twee maanden na de uitspraak doen.
Advies van de raad voor de kinderbescherming
In alle zaken die een minderjarig kind aangaan, kan de
rechter advies vragen aan de raad voor de kinderbescherming. U kunt daarbij denken aan het
gezag en het vaststellen van een omgangsregeling. De raad voor de kinderbescherming start
in zon geval een onderzoek en zal een rapport met een advies uitbrengen aan de rechter. De
ouders ontvangen ook een exemplaar van het rapport.
Mening van het kind
Dat de mening van het kind telt in zaken die voor het kind
belangrijk zijn, spreekt vanzelf. Kinderen van 12 jaar en ouder moet om hun mening worden
gevraagd. Bij kinderen die jonger zijn kan dit wel, maar het is niet verplicht.
Kosten
Een gerechtelijke procedure kost geld. Naast de kosten voor
uw advocaat moet u ook een bijdrage betalen in de kosten van de rechtspraak
(griffierecht). Afhankelijk van uw inkomen en vermogen kunt u in aanmerking komen voor een
toevoeging. Dit betekent dat de overheid een deel van de kosten voor
rechtsbijstand voor haar rekening neemt. U betaalt wel altijd een eigen bijdrage.
Meer informatie over de kosten van een gerechtelijke
procedure en over door de overheid gefinancierde rechtsbijstand vindt u in de brochures
Griffierecht, U wilt rechtsbij stand en Verklaring omtrent
inkomen en vermogen.
Rechtsbijstand door advocaten
Als twee (ex-)partners samen om het gezag of een
omgangsregeling vragen, kunnen zij samen één advocaat nemen. Gaat het om een eenzijdig
verzoek waarover de partners het niet eens kunnen worden, dan moeten zij allebei een eigen
advocaat nemen. Indien u direct contact met een advocaat in uw omgeving wenst kunt u
bellen met 0900 - ADVOCATEN. (0900-238 62 28 - 80ct/m)
Namen en adressen van advocaten kunt u onder andere vinden in
de Gouden Gids. Weet u niet wie u als advocaat moet nemen, dan kunt u hierover een advies
vragen bij de Vereniging van Personen- en Familierecht Advocaten (VPFA), de Vereniging van
Advocaat- Scheidingsbemiddelaars (VAS), de Orde van Advocaten of een Bureau rechtshulp. De
leden van de VPFA zijn onder andere gespecialiseerd in scheidings-, omgangs- en
gezagzaken. De leden van de VAS zijn gespecialiseerd in scheidingsbemiddeling en alles wat
daarbij komt kijken.
Waar kunt
u terecht voor meer informatie
In deze brochure vindt u de belangrijkste informatie over
gezag, voogdij en omgang. U vindt misschien niet het antwoord op al uw vragen.
Als u sommige zaken nog eens goed met iemand wilt doorspreken
dan kunt u contact opnemen met de raad voor de kinderbescherming. Ook bij de griffie van
het kantongerecht en bij een bureau rechtshulp kan men u informatie geven.
Adressen
Waar vindt u de raden voor de kinderbescherming?
De raad voor de kinderbescherming heeft vestigingen door het
hele land. Hieronder worden de plaatsen genoemd waar de raad een vestiging heeft. Het
adres en telefoonnummer kunt u opzoeken in het telefoonboek.
- A Alkmaar, Almelo, Amsterdam, Arnhem, Assen,
- B Breda,
- D Den Bosch, Den Haag, Dordrecht,
- E Eindhoven,
- G Groningen,
- H Haarlem,
- L Leeuwarden, Lelystad,
- M Maastricht, Middelburg,
- R Roermond, Rotterdam,
- T Tilburg,
- U Utrecht,
- Z Zutphen, Zwolle.
Waar vindt u de rechtbanken?
In de hierna genoemde plaatsen is een locatie van de rechtbank gevestigd. In het
telefoonboek vindt u de rechtbanken onder Justitie.
- A Alkmaar, Almelo, Alphen a/d Rijn, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Assen,
- B Beesterzwaag, Bergen op Zoom, Boxmeer, Breda, Brielle,
- D Delft, Den Bosch, Den Haag, Den Helder, Deventer, Dordrecht,
- E Eindhoven, Emmen, Enschede,
- G Gorinchem, Gouda, Groenlo, Groningen,
- H Haarlem, Harderwijk, Heerenveen, Heerlen, Helmond, Hilversum, Hoorn,
- L Leeuwarden, Leiden, Lelystad,
- M Maastricht, Meppel, Middelburg, Middelharnis,
- N Nijmegen,
- 0 Oud-Beijerland,
- R Roermond, Rotterdam,
- S Schiedam, Sittard, Sneek,
- T Terborg, Terneuzen, Tiel, Tilburg,
- U Utrecht,
- V Venlo,
- W Wageningen, Winschoten,
- Z Zaandam, Zevenbergen, Zierikzee, Zuidbroek, Zutphen, Zwolle.
Andere adressen
- Vereniging Rechtshulp-organisaties Nederland
- Postbus 10545
- 2501 HM Den Haag
- Telefoon 070 356 0620
-
- Nederlandse Orde van Advocaten
- Postbus 30851
- 2500 GW Den Haag
- Telefoon 0900-2386228 (Euro 0,25/minuut)
- www.advocatenorde.nl
-
- Vereniging van Personen- en Familierecht Advocaten
- Postbus 65707
- 2506 EA Den Haag
- Telefoon 070 42712 63
- www.vpfa.nl
-
- Vereniging van Advocaat-Scheidingsbemiddelaars
- Postbus 65707
- 2506 EA Den Haag
- Telefoon 070 362 6215
- www.vas-scheidingsbemiddeling.nl
- Centraal Curatele Register
- Rechtbank Den Haag
- Postbus 20302
- 2500 EH Den Haag
- Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbij dragen (LBIO)
- Postbus 800
- 2800 AV Gouda
- Telefoon 0182 - 55 55 55
-
- De Notaristelefoon: 0900 - 346 9393 (Euro 0,25/minuut);
- van maandag t/m vrijdag van 9.00 uur - 14.00 uur.
- Informatie kunt u ook vinden op de internetsite www.notaris.nl
Andere brochures
Over de volgende onderwerpen zijn aparte brochures verkrijgbaar: links
- - raad voor de kinderbescherming;
- - echtscheiding;
- - alimentatie;
- - Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO);
- - geregistreerd partnerschap;
- - afstamming;
- - griffierecht;
- - rechtsbijstand;
- - verklaring omtrent inkomen en vermogen;
- - hoorrecht (voor kinderen);
- - naamswijziging;
- - naamskeuze;
- - ondertoezichtstelling;
- - rechtspositie pleegouders;
- - huwelijk, geregistreerd partnerschap, samenwonen.
Hebt u vragen of wilt u meer informatie
Voor algemene informatie en het aanvragen van brochures, kunt u contact
opnemen met de telefonische informatielijn van de gezamenlijke ministeries:
- Postbus 51 Infolijn
- Telefoon 0800-8051 (gratis)
- Openingstijden maandag t/m vrijdag van 9.00 uur - 21.00 uur
- Internet: http://www.postbus51.nl
- E-mail: vragen@postbus51.nl
U kunt ook contact opnemen met:
- Ministerie van Justitie
- Directie Voorlichting, Afdeling in- en externe communicatie
- Postbus 20301
- 2500 EH DEN HAAG
- Telefoon 070 - 370 68 50
- Openingstijden maandag t/m vrijdag van 9.00 uur - 15.00 uur
- Internet: http://www.justitie.nl
- E-mail: voorlichting@minjus.nl